‘You all come to us young people for hope. How dare you! (…) How dare you continue to look away and come here saying that you're doing enough, when the politics and solutions needed are still nowhere in sight. (…) The eyes of all future generations are upon you. And if you choose to fail us, I say: We will never forgive you.’
Greta Thunberg (2019)
Over een andere boeg
Of ik een stuk wilde schrijven over hoop voor jongeren. Graag met wetenschappelijke onderbouwing en een inspirerende boodschap voor politici en beleidsmakers. Op het eerste gezicht een passende opdracht voor een onderzoeker die zich bezighoudt met intergenerationele rechtvaardigheid in het jeugddomein. Toch zat het me niet helemaal lekker. Hoop is nu niet direct een thema dat zich gemakkelijk empirisch laat onderbouwen. En vanuit de gedachte ‘niet over ons zonder ons’ - een inmiddels gevleugelde uitspraak in verschillende sectoren die zich inzetten voor gemarginaliseerde groepen – is een vijftigjarige hoogleraar misschien niet de aangewezen persoon om te bepalen hoe hoop voor jongeren eruit zou moeten zien.
Ik besloot het over een andere boeg te gooien en schreef samen met mijn oudste twee dochters (23 en 21 jaar) een kritisch betoog over het concept hoop. Het werd een filosofisch ingestoken essay waarin ik grote denkers als Donna Haraway, Paulo Freire en Maya Angelou ten tonele bracht en mijn dochters vanuit hun belevingswereld invulling gaven aan wat hoop voor jongeren wel en niet kan en moet zijn.
Het stuk viel niet in goede aarde bij de redactie. Te weinig wetenschappelijk, te weinig concrete adviezen, en waarom zouden politici en beleidsmakers moeten luisteren naar twee onbekende twintigers? Enkele redactieleden hadden een lezing van mij bijgewoond op het Haagse Edith Stein College, waar ik sprak over blinde vlekken en racisme in het onderwijs en het belang van kleurbewustzijn. Dat vonden ze een mooi verhaal. Zou het niet meer zoiets kunnen worden? Terug naar de tekentafel dus.
De wetenschap
In mijn lezing vertelde ik over mijn onderzoek waaruit blijkt dat (witte) Nederlandse kinderen niet ‘kleurenblind’ zijn, maar sociale voorkeuren hebben op basis van etnisch-raciale kenmerken.[1] Ik sprak over onderzoek dat laat zien dat witte Nederlandse ouders doorgaans ‘kleurenblindheid’ veinzen en het liever niet over ‘kleur’ en racisme hebben[2], terwijl verschillende wetenschappelijke studies inmiddels hebben aangetoond dat deze aanpak in de opvoeding en in andere domeinen juist tot slechtere interetnische relaties en meer vooroordelen leiden.[3] Want iemands ‘kleur’ of afkomst negeren wanneer die wel relevant zijn voor iemands kansen in de samenleving betekent dat racisme en onrechtvaardigheid niet besproken en dus niet aangepakt worden.
Ook kwam onderzoek over institutioneel racisme in het onderwijs aan bod[4]: het enorme lerarentekort op scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond[5], stagediscriminatie[6], niet-inclusief taalbeleid[7] en stereotypering en ondervertegenwoordiging van mensen van kleur in lesmateriaal.[8] Mijn verhaal sloot ik af met een oproep tot kleurbewustzijn in het jeugddomein, juist om racisme tegen te gaan. Niet zwijgen, maar de moed opbrengen om een moeilijk thema bespreekbaar te maken én verandering mogelijk te maken.
Hoe meer ik erover nadacht, hoe minder ik zag hoe dit wetenschappelijk onderbouwde betoog de basis moest vormen voor een stuk over hoop voor jongeren. Wel fijn natuurlijk als politici, beleidsmakers en onderwijsprofessionals echt werk gaan maken van gelijke kansen in het onderwijs op basis van de inzichten van de inmiddels vele onderzoeken die laten zien dat dit nog verre van realiteit is, maar is dit voldoende hoopgevend?
Ik vroeg het mijn kinderen. Niet bepaald, was het antwoord. Want welke toekomst heeft de jeugd eigenlijk in een tijd waarin klimaatrampen, genocide, vreemdelingenhaat, aanvallen op de rechtsstaat en hardnekkige ongelijkheid de boventoon voeren? Hoe kijk je hoopvol naar een verre toekomst als onrecht in het heden je Instagram-feed vult en machthebbers je keer op keer teleurstellen met hun gebrek aan durf en daadkracht? Greta Thunberg heeft gelijk: zonder actie is hoop voor de jeugd een lachertje en de jongere generatie zal het de volwassenen van nu nooit vergeven als zij de broodnodige veranderingen niet concreet maken. Maar wie luistert er naar hen?
Misschien luisteren politici wel naar wetenschappers, naar volwassenen met indrukwekkende titels en lange publicatielijsten? Was het maar waar. Wetenschappers produceren aan de lopende band kennis die wijst op de urgentie van bijvoorbeeld doeltreffend klimaatbeleid,[9] bescherming van de rechtsstaat,[10] (h)erkenning van mensenrechtenschendingen[11] en de aanpak van institutioneel racisme.[12] Maar wetenschappers zijn hetzelfde lot beschoren als jongeren: niet serieus genomen en als klap op de vuurpijl slachtoffer van grote bezuinigingen op onderzoek en onderwijs. Nee, van de politiek moeten de wetenschap en de jeugd het al jaren niet meer hebben.
Een intergenerationeel perspectief
Thunberg en andere jonge activisten roepen machthebbers in feite op om een goede voorouder te zijn.[13] In de meest basale vorm betekent dit dat zij ervoor moeten zorgen dat hun handelen niet nadelig is voor jongere en toekomstige generaties. In meer ambitieuze vorm dienen de volwassenen van nu zorg te dragen voor de gezondheid en het welzijn van de jeugd én de wereld beter achter te laten dan zij haar aantroffen.
Een goede voorouder draagt bij aan intergenerationele rechtvaardigheid; een concept dat tot nu toe voornamelijk door wetenschappers is gebruikt in relatie tot ecologische en financiële duurzaamheid, zodat de volgende generaties een gezonde planeet en economie erven. Er is zelfs een heel wetenschappelijk handboek over geschreven.[14] Maar het principe van intergenerationele verantwoordelijkheid past ook uitstekend bij vraagstukken rond sociale rechtvaardigheid waarbij jongere generaties afhankelijk zijn van de beslissingen en het gedrag van volwassenen, zoals ik recent in een ander handboek heb betoogd.[15]
Een intergenerationeel perspectief op sociale rechtvaardigheid kan worden toegepast op alle niveaus van de samenleving: micro, meso en macro. Op microniveau gaat het om dagelijkse praktijken en interacties tussen individuen en groepen, bijvoorbeeld hoe volwassenen zoals ouders, docenten en andere professionals zorgen voor een rechtvaardige behandeling van jongere generaties.
Op mesoniveau gaat het om de rol waarin (publieke) instituties zoals het onderwijs, de zorg en media bijdragen aan het reproduceren dan wel bestrijden van onrechtvaardigheid over generaties heen. Op macroniveau ligt de focus op de rol van de overheid en bredere maatschappelijke fenomenen, zoals wetten en beleid die bijdragen aan een sociaal rechtvaardige samenleving voor jongeren in het heden en voor toekomstige generaties.
Met de ondertekening van het VN Kinderrechtenverdrag heeft Nederland al meer dan 35 jaar de wettelijke plicht om zich in te zetten voor intergenerationele (sociale) rechtvaardigheid. Artikel 12 van dat verdrag beschrijft het recht van kinderen en jongeren om te participeren in besluitvorming die hen raakt. Een verplichting dus, om de stem van jongere generaties serieus te nemen, die ook onder rechtsgeleerden als cruciaal element van mensenrechten wordt gezien.[16] Greta Thunberg doet al jaren haar uiterste best om regeringen te dwingen om naar haar en haar generatiegenoten te luisteren. Dat levert tot nu toe nog veel te weinig op. Geen wonder dat zij hoop als gemakzuchtige gedachte afwijst.
In de betekenis van hoop zit het onzekere besloten, er zonder garanties vanuit gaan dat het wel goed komt. Daarmee riekt hoop ook naar passiviteit en machteloosheid. Blijkbaar heeft de (jonge) hopende weinig invloed op de uitkomst, want het is tenslotte nog maar afwachten wat ervan terechtkomt. Zoals Gustaaf Peek treffend schreef: ‘Wie hoop heeft, heeft bij voorbaat verloren.’
Machthebbers daarentegen zien graag dat de jeugd in hoop gelooft. Een ongevaarlijk zoethoudertje. Gaan jullie maar fijn met z’n allen zitten hopen, dan maken wij de echte dienst wel uit. Zo bezien is hoop helemaal niet zo aantrekkelijk. Zou het niet veel beter zijn als jongeren, zoals Peek suggereert, eisen in plaats van hopen? Hoop kan onbeantwoord voortsudderen, maar een eis verplicht tot een antwoord, of op zijn minst een geloofwaardig tegenbod. Eisen doen jongere generaties veelvuldig. Ze laten hun stem horen op de A12, op de Dam, op het Malieveld, maar ook in institutionele context.
Vrijwel alle jongerenafdelingen van ‘volwassen’ politieke partijen roeren zich al jaren. De jongeren van de JOVD waren tegen samenwerking tussen moederpartij VVD en de PVV. De jongeren van ROOD vonden dat de SP te veel bleef hangen in oude vermoeide ideeën en jongeren van DWARS bekritiseerden het opportunistische middengeluid van GroenLinks. De Jonge Socialisten van de PvdA roepen op tot snelwegblokkades als protest tegen het klimaatbeleid, en jongeren van PINK! veroordeelden de steun van de PvdD voor investeringen in bewapening en oorlog. Maar wie luistert? De politieke partij die artikel 12 van het VN Kinderrechtenverdrag werkelijk serieus neemt, die staat voor intergenerationele rechtvaardigheid en goed voorouderschap, moet blijkbaar nog worden opgericht.
De stemmen van twee onbekende twintigers
Machthebbers kunnen dus veel meer doen om de inzichten en adviezen van wetenschappers om te zetten in beleid. Artikel 12 van het VN Kinderrechtenverdrag verplicht de staat om de stem van kinderen en jongeren serieus te nemen en vanuit het principe van intergenerationele rechtvaardigheid en goed voorouderschap dienen ook jongvolwassenen als volwaardige bronnen van kennis en informatie te worden behandeld.
Boomers, generatie X en het oudere deel van generatie Y begrijpen Gen Z maar matig. Dat onbegrip is ook een kwestie van gebrek aan motivatie. Het is veel makkelijker om ze weg te zetten als sneeuwvlokjes, radicalen, of naïevelingen dan om werkelijk te luisteren. ‘De jeugd is de hoop voor de toekomst’, zo schreef eind negentiende eeuw de jonge Filipijnse revolutionair José Rival, die zijn strijd tegen koloniaal onrecht met de dood moest bekopen.
Revoluties die we nu als gerechtvaardigd en noodzakelijk zien, werden niet zelden gedragen door jongeren die de straat op gingen, van zich lieten horen. Ook nu doen ze dat. In Servië, in Kenia en in de VS, maar ook in Nederland. Ondanks alles lijken zij hoopvol dat het beter kan, scanderen zij dat het beter moet, eisen zij dat wij het beter doen.
Daar klinkt de echo van Paulo Freire, de auteur van de boeken Pedagogiek van de onderdrukten en Pedagogiek van de hoop. Hij schreef: ‘Verandering komt van mensen die niet bang zijn om te confronteren, te luisteren, en de wereld onverhuld te zien.’ Niet de ogen sluiten voor onrecht en maar blind hopen dat het goed komt. Want wat is ‘het’ dat goed moet komen? Daar komen we alleen achter door confrontatie met wanhopig-makende onrechtvaardigheid die de jongere generatie niet zelden het scherpst weet te verwoorden. Dat is meteen het antwoord op de vraag waarom beleidsmakers zouden moeten luisteren naar de zorgen en inzichten van twee onbekende twintigers. Ik ben niet jong. Mijn dochters zijn dat wel. Ik geef ze daarom in een poging tot goed voorouderschap graag nog even het woord.
Laïs: Ik voel wel wat voor eisen in plaats van hopen. Als ik nadenk over wat volwassenen kunnen doen om ons jongeren hoop te geven op een betere toekomst, kan ik eigenlijk maar tot één antwoord komen. Ik wil actie zien. Jullie willen dat jongeren hoop hebben op een betere toekomst? Geef ons dan een reden om hoopvol te zijn.
Hoop op een betere toekomst is anno 2025 niet makkelijk vol te houden. Ik kijk nu al anderhalf jaar lang een live-streamed genocide op mijn telefoon en ik vraag me ook al anderhalf jaar lang af hoe Nederland deze absolute verschrikking in godsnaam nog altijd goedkeurt, nog altijd steunt. Die anderhalve graad opwarming van de aarde waar wetenschappers ons al zo lang voor waarschuwen is inmiddels bereikt. Fascisme is terug van nooit weggeweest en de kloof tussen arm en rijk is groter dan ooit.
Uit onderzoek blijkt dat nog maar 12% van de Nederlandse jongeren financieel gezond is. Het advies? Meer werken en niet bang zijn om over je geldzorgen te praten. Wat een grap. Alsof we daar nog niet zelf aan hadden gedacht. Weet je wat wél zou helpen? Lagere huren, goedkopere boodschappen, gratis ov en kwijtschelding van onze torenhoge studieschulden. Klink als een hele opgave, maar is gewoon mogelijk als we nèt iets minder geld zouden uitgeven aan dingen als planeet-verwoestende fossiele subsidies en wapencontracten met genocidale apartheidsstaten. Maar dat is natuurlijk te veel gevraagd.
Indy: Mensen in machtsposities vragen om verandering, dat pad heb ik vaak genoeg bewandeld, en het heeft mijn vertrouwen in instituties alleen maar verder geschaad. Neem bijvoorbeeld onderwijsinstituten die, sinds de aandacht voor de Black Lives Matter-beweging in de VS, diversiteit en inclusie in hun rijtje van normen en waarden hebben gezet. Diversiteit is namelijk belangrijk om verschillende, kritische perspectieven een ruimte te geven binnen het systeem. Er wordt dan weleens mijn kant op gekeken, een jonge bruine vrouw met progressieve ideeën, een goede bijdrage aan een inclusief instituut! Toen ik echter werkelijk kritiek gaf en tegen het (racistische) beleid in ben gegaan, werd dat ‘beloond’ met afkeuring en een dreigement over mijn studievoortgang.
Jongeren een stem geven, mensen van kleur een stem geven. Prachtige woorden voor in een instellingsplan, maar in de praktijk worden deze stemmen afgekapt en -gestraft. Neem de encampment beweging in Nijmegen, één van de langste en meest volhardende encampments in Nederland, met de smekende vraag of hun Universiteit nou alsjeblieft hun banden willen verbreken met instituties die investeren in genocide. Dit was en is een vreedzame eis gebleven. Het enige geweld kwam van de politie die door de universiteit werd ingezet tegen hun eigen studenten. En wanneer de politie er niet is, worden er door dezelfde universiteit ex-IOF soldaten uitgenodigd om een lezing te houden. Niet echt een safe/brave space als je het mij vraagt. Shame on you. Dit geeft mij als onbekende twintiger geen hoop, enkel een inzicht in lege beloftes en een ontzettende teleurstelling in instituties. Dus dan maar met jongeren onderling in actie komen tegen onrecht!
Laïs: Hoop is voor mij een politieke keuze. Ik kies ervoor om te geloven dat een betere toekomst mogelijk is, uit principe, en als dat niet lukt, dan maar uit koppigheid. In de woorden van Gramsci, ‘pessimistisch vanwege mijn verstand, maar optimistisch vanwege mijn wil’.
Het is niet aan mij, in mijn rijke land met een dak boven mijn hoofd, om hopeloosheid te verkondigen. Hoop is meer dan alleen een passieve houding. Hoop is een werkwoord. Het is mij de afgelopen jaren overduidelijk geworden dat we de veranderingen die we nodig hebben niet kunnen overlaten aan de mannen - en nee, ook niet aan de vrouwen - die ons in hun dure pakken zogenaamd vertegenwoordigen. Ik ben samen met veel andere jongeren daarom tot de conclusie gekomen dat we het dan maar zelf moeten doen. Zelfs als we allemaal wanhopig zijn. Juist als we allemaal wanhopig zijn.
Indy: Er is eigenlijk ook wel wat te zeggen voor wanhoop, als onrecht de norm is. Het is veel zorgelijker als we er niet meer van opkijken wanneer er dagelijks tientallen onschuldige burgers worden vermoord, als we daar onze schouders over ophalen. Als de emotie wanhoop echt gevoeld zou worden, zouden we elke dag onvoorstelbaar boos en verdrietig zijn. De wanhoop geeft urgentie aan het probleem, en de motivatie om er iets aan te doen.
Op mijn dansopleiding hebben we het niet over politiek. Politiek is iets van de buitenwereld, en daar hebben wij kunstenaars niks mee te maken. Om één van mijn docenten te citeren: Remember, you are an artist, not a social worker. The most important thing is that you can express yourself.’ De dansstudio wordt een soort heilige, hoopvolle ruimte waar je de wereld achter je kunt laten, jouw artistieke expressie is het enige dat telt. Laat de vervelende buitenwereld maar uit het zicht, uit het hart, en vul je dagen met prachtige grote apolitieke beweging!
Wanneer de ongezellige buitenwereld volledig wordt genegeerd om ontwrichting van onze kunstzinnige roze wolk te vermijden, moet ik aan deze tekst van de Palestijnse dichter Marwan Makhoul denken: In order for me to write poetry that isn’t political / i must listen to the birds / and in order to hear the birds / the warplanes must be silent. Kunst en hoop zijn politiek. We zijn deel van een groter ecosysteem, een mondiaal systeem van onrechtvaardigheid, waar ook ik als podiumkunstenaar alles mee te maken heb. Zoals op veel demonstraties te horen is: None of us are free until all of us are free.
Laïs: Deze verbondenheid wordt lang niet altijd erkend. Sterker nog, de gevestigde orde doet er alles aan om te zorgen dat wij die niet erkennen. Greta Thunberg was wereldwijd geliefd toen ze nog onschuldig met protestborden het klaslokaal uitliep voor een schonere aarde. Maar zodra zij de verbanden begon te leggen tussen klimaat en kapitalisme, zodra zij doorkreeg dat de oorlogsindustrie één van de grootste vervuilers is en dat (neo)kolonialisme óók een klimaatkwestie is, verdween ze van de mainstream radar.
Het is ingewikkeld, de samenhang tussen alle grote uitdagingen van deze tijd. Geen zorgen, ik begrijp het ook nog niet volledig. Wel zou ik graag zien dat volwassenen net iets meer moeite zouden doen om zich bij te spijkeren, zodat ik het niet iedere keer weer hoef uit te leggen. En als er aan dat bijspijkeren dan ook nog concrete actie wordt verbonden… Ik durf het bijna niet te hopen.
Ja, het is moeilijk om het complexe systeem dat ons allemaal verbindt te (h)erkennen, om onrecht recht in de ogen aan te kijken en in actie te komen. Het is een stuk makkelijker om weg te kijken en te schuilen achter de eeuwenoude vraag: wat gaat mij dit aan? U bent misschien wel helemaal geen migrant en ook geen moslim. U heeft geen last van klimaatverandering en plakt zich niet vast aan de A12. Zolang u netjes binnen de lijntjes kleurt, zal u niets slechts overkomen, toch? Hoewel eigenbelang niet de doorslaggevende factor zou moeten zijn als het gaat om solidariteit, wil ik toch graag het beroemde gedicht van Martin Niemöller uit 1946 aanhalen. Het begint zo: ‘Toen ze de communisten kwamen halen, heb ik niets gezegd, want ik was geen communist.’ De rest mag u zelf opzoeken.
Het is makkelijk om achter sociale bewegingen te staan als ze niet meer controversieel zijn. Iedereen - behalve de voorzitter van de Tweede Kamer dan - is het inmiddels eens met de afschaffing van apartheid in Zuid-Afrika. Maar hoeveel van de mensen die nu tegen apartheid zijn, hebben zich destijds ook daadwerkelijk uitgesproken? Iedereen was tegen de nazi’s, maar wie zat er nu daadwerkelijk in het verzet? We denken allemaal graag dat als wij in de tijden van groot onrecht hadden geleefd, we wél wat gezegd hadden. Toch leert de geschiedenis dat in tijden van extreem onrecht de meesten onder ons in Niemöllers voetstappen zullen volgen. De stille meerderheid fungeert als facilitator en collaborateur van onrecht. Zoals Edith Stein ooit stelde, zij die zwijgen zijn verantwoordelijk.
Indy: Solidariteit met je medemensen gaat niet altijd vanzelf in een hyper-individualistische samenleving. Maar om sociale verandering voort te brengen hebben we toch echt elkaar nodig. Daarom probeer ik me te houden aan het motto: Be the change you want to see in the world, want hoe anders?
In mijn dagelijks leven haal ik hoop uit mijn kring van kunstenaars/activisten die ondanks het kille vooruitzicht hun best doen te investeren in een betere wereld. Niet-hiërarchische collectieven voor kunst en cultuur horen daarbij, evenals non-profit ruimtes die uit solidariteit en zonder oog voor eigen gewin evenementen organiseren. Dit zijn mensen die binnen hun eigen mogelijkheden hun levensmiddelen zo veel mogelijk delen met anderen. Ik heb lang niet altijd een gevoel van verbondenheid en gemeenschap. Dat voel ik vooral wanneer ik met mijn politiek geëngageerde vrienden ben. Het koken voor elkaar, luisteren naar elkaar, en volhouden met elkaar. Zij geven mij hoop, omdat zij in hun eigen kringen, evenals in hun activisme, vanuit een sterke overtuiging voor liefde handelen.
Laïs: In een wereld die overweldigend draait om geld en transacties is het nu belangrijker dan ooit dat we leren ons op alternatieve manieren tot elkaar te verhouden. Ik geloofde vroeger net als zovelen in het kapitalistische ideaal van het zelfredzame individu dat alles zelf kan. Inmiddels vind ik het een lachwekkend idee. Het zit in de menselijke natuur om voor elkaar te zorgen, om dingen samen te doen. De ieder-voor-zich mentaliteit die ons wordt aangeleerd is een uiterst onhoudbare manier van leven. Ik wil in een wereld leven waar we voor elkaar zorgen, waar we om elkaar geven en op elkaar vertrouwen. Waar ieder geeft wat die geven kan en krijgt wat die nodig heeft. Dat begint bij onszelf.
Mijn vrienden en ik sturen zelden tikkies. De ene keer betaalt de één, de andere keer de ander. Hierbij geldt de ongeschreven regel dat degene die het meeste geld heeft, het vaakst betaalt. Mijn huisgenoten en ik delen alles in de keuken en als ik bij mijn vrienden langskom, kan ik er altijd van op aan dat er voor me gekookt gaat worden. Kortom, we zorgen voor elkaar. Het is eigenlijk heel simpel: samen delen, samen spelen. Als oppas van drie kleine peutertjes moet ik dit mantra vaak herhalen. Ik vraag me dan ook vaak af wanneer we dit fundamentele principe uit onze kindertijd zijn vergeten.
Nu even concreet (met filosofische afdronk)
Als ik nu het wensenlijstje naloop ben ik een eind op weg met dit artikel. De wetenschap en empirische onderbouwing zijn nu goed vertegenwoordigd, te zien aan alle verwijzingen naar onderzoek in het notenapparaat. Nu nog wat concrete conclusies en adviezen. Daar gaan we: (1) Artikel 12 van het VN Kinderrechtenverdrag verplicht de staat om de stem van kinderen en jongeren serieus te nemen. (2) Vanuit het principe van intergenerationele rechtvaardigheid dienen ook jongvolwassenen als volwaardige bronnen van kennis en informatie te worden behandeld. (3) Hoop is voor jongeren alleen een geloofwaardige optie als machthebbers acties ondernemen die getuigen van goed voorouderschap.
Samenvattend: zet jongeren niet weg als naïef of te radicaal, geef ze hoop door ook echt in actie te komen tegen onrecht, en zorg dat elke beleidsbeslissing past bij het concept van de goede voorouder. Als moeder wil ik graag dat mijn kinderen hoop hebben en houden. Sterker nog: ik hoop dat ze trots op mij zijn omdat ik mij uitspreek tegen onrecht, ook in kringen waar dat niet de gewoonte is.
Terug naar de hoofdopdracht: hoop voor jongeren. Hoop en wanhoop stellen we ons vaak voor als tegenpolen, maar het gezegde ‘met de moed der wanhoop’ doet anders vermoeden. Volgens Van Dale betekent het ‘met het laatste beetje hoop, tegen beter weten in’. Wanhoop, maar tegelijkertijd toch een restje hoop. Dat geeft moed.
En van Maya Angelou hebben we geleerd dat moed de allerbelangrijkste der deugden is, omdat men zonder moed geen enkele andere deugd consequent in de praktijk kan brengen. Met de moed der wanhoop - soms zelfs met overmoed - proberen jonge activisten de wereld in beweging te brengen tegen onrecht en vernietiging. Dat geeft hoop.
Noten
[1] Pektas, F., Emmen, R. A., & Mesman, J. (2023). Ingroup and outgroup preference and rejection among young children of different ethnic groups in the Netherlands. Social Development, 32(1), 408-423; De Bruijn, Y., Amoureus, C., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2020). Interethnic Prejudice Against Muslims Among White Dutch Children. Journal of Cross-Cultural Psychology, 51(3-4), 203-221.
[2] De Bruijn, Y., Emmen, R. A., & Mesman, J. (2024). Color-evasiveness and white normativity: Examples set by parents in parent–child interactions in the Netherlands. Cultural Diversity and Ethnic Minority Psychology.
[3] Mesman, J., de Bruijn, Y., van Veen, D., Pektas, F., & Emmen, R. A. (2022). Maternal color‐consciousness is related to more positive and less negative attitudes toward ethnic‐racial outgroups in children in White Dutch families. Child Development, 93(3), 668-680; Meeussen, L., Otten, S., & Phalet, K. (2014). Managing diversity: How leaders’ multiculturalism and colorblindness affect work group functioning. Group Processes & Intergroup Relations, 17(5), 629-644; Jansen, W. S., Vos, M. W., Otten, S., Podsiadlowski, A., van der Zee, K. I. (2016). Colorblind or colorful? How diversity approaches affect cultural majority and minority employees. Journal of Applied Social Psychology, 46(2), 81-93.
[4] Kennisplatform Inclusief Samenleven (2021). Institutioneel racisme: bewijs en aanpak. Literatuuronderzoek naar de aanwijzingen voor institutioneel racisme op de domeinen arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs en politie.’
[5] De Onderwijsinspectie (2019). De staat van het onderwijs 2019.
[6] Kennisplatform Inclusief Samenleven (2018). Gelijke kansen op gelijke stages; Verwey-Jonker Instituut (2021). Ongelijke kansen op de stagemarkt.
[7] Agirdag, O. (2019). Meertaligheid en meertalig onderwijs in de Lage Landen. Een paradoxaal gegeven. Publicaties 34.
[8] Van Veen, D., Emmen, R. A., van de Rozenberg, T. M., & Mesman, J. (2023). Ethnic representation and stereotypes in mathematics and Dutch language textbooks from the Netherlands. Whiteness and Education, 1-24.
[9] Abbass, K., Qasim, M. Z., Song, H., Murshed, M., Mahmood, H., & Younis, I. (2022). A review of the global climate change impacts, adaptation, and sustainable mitigation measures. Environmental science and pollution research, 29(28), 42539-42559.
[10] Wim Voermans (2023). Onze constitutie: de geschreven en ongeschreven regels van het Nederlandse staatsbestel. Prometheus.
[11] Kasper van Laarhoven, Eva Peek en Derk Walters (14 mei 2025). Zeven gerenommeerde wetenschappers vrijwel eensgezind: Israël pleegt in Gaza genocide. NRC.
[12] Ghorashi, H. (2014). Racism and 'the Ungrateful Other' in the Netherlands.Thamyris/Intersecting: Place, Sex & Race, 27(1).
Mesman, J. (2024). Leiderschap in Kleur. Leiden University.
[13] Krznaric, R. (2020). The good ancestor: How to think long term in a short-term world. Random House.
[14] Tremmel, J. (2006). Handbook of intergenerational justice. Edward Elger Publishing.
[15] Mesman, J. (in press). An Intergenerational Justice Approach to the Sustainable Support of Migrant Children. In: B. Gornik, Z. Medaric & M. Sedmak, The Oxford handbook of child-centered approaches to migrant children. Oxford University Press.
[16] Lundy, L. (2007). Voice’ is not enough: conceptualising Article 12 of the United Nations Convention on the Rights of the Child. British Educational Research Journal, 33(6), 927–942.
Liefaard, T. (2015). Child-friendly justice: protection and participation of children in the justice system. Temp. L. Rev., 88, 905.